Bijdrage aan het boek ‘Werkelijk van waarde, annotaties bij conclusies van mr. J.C. van Oven’.

Het uitblijven van een rechterlijke beslissing binnen een redelijke termijn leidt tot spanning en frustratie, hetgeen grond vormt voor toekenning van vergoeding van immateriële schade. Ter zake rust op een slachtoffer geen stelplicht. Schade door lange duur van behandeling van een zaak door de rechtbank, is geen onteigeningsgevolg. Onteigenaar is dus niet aansprakelijk voor die schade. Schade moet worden verhaald via een afzonderlijke procedure uit onrechtmatige daad tegen de Staat. De Hoge Raad volgt de conclusie in het arrest van 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:736.

Lees het artikel (PDF)